Redactie Dierparadijs

  • Kattenbak verschonen: hoe vaak en hoe doe je het goed

    Kattenbak verschonen: hoe vaak en hoe doe je het goed

    Een kattenbak die niet lekker ruikt, daar wordt niemand vrolijk van. Je kat niet, en jij zeker niet. Toch is een schone kattenbak veel meer dan gewoon netjes. Voor je kat is het zijn eigen plekje, en als dat plekje niet klopt, gaat hij ergens anders in huis zijn behoefte doen.

    Hoe vaak moet je de kattenbak verschonen?

    Dat hangt vooral af van het type vulling dat je gebruikt.

    Klontvormende vulling, zoals bentoniet of de plantaardige korrels van Cat’s Best: schep één of twee keer per dag de klontjes en de ontlasting eruit. Een volledige reiniging, dus alle vulling vervangen en de bak grondig schoonmaken, doe je ongeveer elke twee tot drie weken.

    Niet klontvormende of absorberende vulling, bijvoorbeeld op basis van houtkorrels zoals de EasyPets Houtkorrel of klassieke korrels zoals Catsan: hier moet je vaker de hele bak leegmaken, gemiddeld één tot twee keer per week. Deze vullingen binden geur minder lang.

    Heb je meerdere katten? Dan geldt de vuistregel: één bak per kat, plus één extra. Zo voorkom je dat je katten de bak gaan vermijden omdat hij te vol of te vuil is.

    Stap voor stap

    1. Dagelijks scheppen. Verwijder klontjes en ontlasting met een schep. Minstens één keer per dag, het liefst twee keer.
    2. Vulling op peil houden. Vul bij tot een laag van ongeveer acht tot tien centimeter. Te weinig vulling betekent dat urine op de bodem blijft staan, en dat is de belangrijkste oorzaak van geur.
    3. Volledige reiniging. Gooi alle vulling weg, was de bak met lauw water en een milde zeep, droog goed af en vul opnieuw.
    4. Plaats checken. Zet de bak op een rustige plek, niet naast de voerbak en niet in een drukke doorgang.

    Wat je niet moet gebruiken

    • Geen schoonmaakmiddel met ammoniak. Dat ruikt voor een kat naar urine van een andere kat, en dan gaat hij er overheen plassen.
    • Geen sterk geparfumeerde producten. Katten ruiken veertien keer scherper dan wij. Wat voor jou fris ruikt, is voor hem een chemische muur.
    • Geen bleekwater in combinatie met urineresten. Dat geeft giftige dampen.

    Welke vulling past bij jouw kat?

    Sommige katten zijn kieskeurig. Vermijdt je kat de bak plots, dan kan dat liggen aan een nieuwe vulling, aan een geurtje, of aan een bak die niet vaak genoeg verschoond wordt. Katten kiezen doorgaans voor fijne, zachte en ongeparfumeerde korrels, want dat lijkt het meest op zand.

    Blijft het misgaan, loop dan ons artikel door over waarom je kat naast de kattenbak plast. Daar staat ook wanneer je met spoed naar de dierenarts moet.

    Liever minder scheppen?

    Heb je weinig tijd of zin om dagelijks te scheppen, dan kan een zelfreinigende kattenbak zoals de ScoopFree SmartSpin een uitkomst zijn. Die verwijdert de klontjes automatisch en bewaart ze in een afgesloten lade. Of dat de investering waard is, hangt van je situatie af: we zetten de voor- en nadelen op een rij in ons artikel over de zelfreinigende kattenbak.

    Zoek je een gewone bak met een mooi design, dan is de District 70 FUSE een van de weinige die er in een woonkamer niet uitspringt.

    Tot slot

    Een schone kattenbak is een van de simpelste manieren om je kat een fijn en gezond leven te geven. Een paar minuten per dag, en je voorkomt vervelende geurtjes en ongelukjes in huis.

    Het volledige assortiment kattenbakken en vullingen vind je bij Max & Willow Petshop.

  • Kattenmand of kattenhuis: waar slaapt je kat het liefst

    Kattenmand of kattenhuis: waar slaapt je kat het liefst

    Je koopt een prachtige kattenmand, en je kat gaat in de kartonnen doos ernaast liggen. Iedereen lacht ermee, maar er zit een logica achter, en als je die kent koop je meteen iets dat wel gebruikt wordt.

    Wat een kat zoekt in een slaapplek

    Een kat slaapt twaalf tot zestien uur per dag, verdeeld over veel korte dutjes. Hij is in de natuur zowel jager als prooi, en dat bepaalt zijn eisen:

    • Beschutting. Iets boven zich of rond zich, zodat hij niet van bovenaf verrast kan worden. Precies wat een kartonnen doos biedt.
    • Overzicht. Zicht op de ingang van de kamer.
    • Warmte. Katten hebben een hogere comfortabele temperatuur dan wij en zoeken de warmste plek van het huis op.
    • Hoogte. Bij veel katten, en zeker in een huis met kinderen, honden of andere katten, is een verhoogde plek het belangrijkst.

    Bied je die vier dingen, dan wint jouw mand het van de doos.

    De types op een rij

    Het kattenhuis of iglo. Dicht van boven, één opening. Dit is de veiligste vorm voor onzekere katten en de favoriet in drukke huizen. Modellen als de Trixie Kattenhuis Kimy of de Trixie Kattenhuis ISA doen precies dat.

    De klassieke ronde mand met rand. Werkt goed voor katten die opgerold slapen en zich tegen een rand aandrukken. De Scruffs Alpine Kattenmand is daar een typisch voorbeeld van.

    De radiatorhangmat. Zwaar onderschat. Warm, hoog en met zicht op de kamer: drie van de vier eisen in één, en meestal het goedkoopste dat je kunt kopen.

    De mand op de krabpaal. Twee functies op één plek, en meteen de hoogte die veel katten willen. Zie ons artikel over het kiezen van een krabpaal voor de eisen aan hoogte en stabiliteit.

    De vensterbankmat. Zon, uitzicht op vogels en hoogte. Voor binnenkatten is een goede raamplek meer waard dan het duurste kattenmeubel.

    Maat en materiaal

    Een kat wil zich klein kunnen maken. Een mand die te groot is, voelt niet knus. Een goede vuistregel is dat je kat opgerold de bodem net vult, dus meestal veertig tot vijftig centimeter doorsnede voor een gemiddelde kat.

    Kies verder voor:

    • een uitneembaar, wasbaar kussen, want kattenmanden worden vies zonder dat je het merkt
    • een niet ritselend materiaal, want geluid bij elke beweging houdt een kat wakker
    • een stabiele bodem, geen wiebelige constructie

    Hoeveel slaapplekken

    Meer dan je denkt. Katten rouleren en hebben doorgaans drie tot vijf vaste plekken, afhankelijk van het uur en de temperatuur. Dat hoeven geen dure manden te zijn: een deken op de vensterbank, een kussen op de kast en één goede mand volstaan meestal. In een huis met meerdere katten reken je op minstens één plek per kat, en dan wel op verschillende hoogtes, want katten verdelen hun territorium ook verticaal.

    Zo laat je hem er gebruik van maken

    1. Zet de nieuwe mand op de plek waar hij nu al slaapt, niet op de plek waar jij hem wil hebben.
    2. Leg er iets in dat naar jou of naar hem ruikt, bijvoorbeeld een gedragen t-shirt.
    3. Strooi er wat kattenkruid over.
    4. Laat hem met rust als hij erin ligt. Geen aaien, geen fotoshoot. Katten kiezen een plek waar ze niet gestoord worden.
    5. Geef het twee weken.

    Slaapt je kat plots op een andere plek?

    Een kat die zijn vaste plek opgeeft en zich terugtrekt op een koele tegel, in een kast of onder een bed, kan pijn of koorts hebben. Zeker bij oudere katten is een verandering in slaapgedrag vaak het eerste teken van artrose. Klimt hij niet meer op zijn favoriete hoogte, laat hem dan nakijken.

    Kattenmanden, huisjes en matten vind je bij Max & Willow Petshop onder manden en matten voor de kat.

  • Drinkfontein voor je kat: waarom katten te weinig drinken

    Drinkfontein voor je kat: waarom katten te weinig drinken

    De kat is een woestijndier. Zijn voorouders haalden bijna al hun vocht uit hun prooi, en die bestond voor ongeveer zeventig procent uit water. Die afkomst zit nog altijd in het lijf van de kat op jouw bank, en dat verklaart een probleem dat veel mensen niet zien: katten hebben een zwakke dorstprikkel. Ze drinken pas als ze al licht uitgedroogd zijn.

    Waarom dat ertoe doet

    Bij een kat die vooral droogvoer eet, is de vochtinname vaak structureel te laag. Dat verhoogt op termijn het risico op:

    • blaasgruis, kristallen en blaasontsteking
    • verstopping van de plasbuis, vooral bij katers
    • chronische nierziekte, de meest voorkomende doodsoorzaak bij oudere katten

    Meer drinken is de eenvoudigste en goedkoopste bescherming die je kunt geven. Voor de duidelijkheid: een fontein geneest niets. Hij verlaagt een risico.

    Waarom stromend water helpt

    Katten vermijden van nature stilstaand water, want in de natuur is dat het water waar bacteriën in zitten. Stromend water is verser. Daar komt bij dat een kat slecht dieptezicht heeft van heel dichtbij: hij ziet het oppervlak van stil water nauwelijks, terwijl bewegend water hoorbaar en zichtbaar is.

    Katten die uit de kraan of uit een plantenschotel drinken, zeggen daarmee eigenlijk: dat bakje naast mijn voer bevalt me niet.

    Waar je op let bij een fontein

    Materiaal. Keramiek en roestvrij staal zijn hygiënischer dan kunststof. Krasjes in plastic zijn een broedplaats voor bacteriën, en dat is een van de oorzaken van kattenacne, die bultjes op de kin. Een keramisch model als de District 70 WABI SABI heeft dat probleem niet.

    Geluid. Dit is de reden waarom fonteinen weer in de kast belanden. Een pomp die droogvalt of trilt tegen de kom, ratelt de hele nacht. Kijk naar modellen die bekend staan als stil, en houd het waterpeil altijd boven het minimum.

    Snoer of accu. Een klassieke fontein moet aan het stopcontact, en dus in de buurt van een goede plek staan. Een draadloos model op accu, zoals de District 70 FLOW, kun je overal neerzetten, ook midden in de kamer.

    Inhoud. Voor één kat volstaat anderhalve liter, zoals bij de Trixie Vital Flow. Heb je meerdere katten of ben je vaak weg, kies dan groter, bijvoorbeeld de PetSafe Drinkwell Platinum van vijf liter.

    Filters. Bijna alle fonteinen werken met koolstoffilters die je om de drie tot vier weken vervangt. Reken die kost mee, en kijk of ze gewoon verkrijgbaar zijn.

    Onderhoud, kort maar verplicht

    • Ververs het water om de twee tot drie dagen, ook al ziet het er helder uit.
    • Maak de pomp elke maand open en poets het schoepenwiel. Daar zit slijm dat je niet ziet.
    • Was de kom met heet water zonder afwasmiddelresten, want die smaak proeft een kat.

    De plek

    Zet de fontein ver van de voerbak en ver van de kattenbak. Katten willen niet drinken waar ze eten, dat is een oud instinct om te vermijden dat prooiresten hun water bevuilen. Meerdere drinkplekken in huis werken beter dan één. Zet gerust ook nog een gewone brede kom in een andere kamer.

    Wat nog beter werkt dan een fontein

    Natvoer. Een blikje of zakje bevat rond de tachtig procent vocht, droogvoer ongeveer tien procent. Een kat die deels natvoer krijgt, komt bijna vanzelf aan zijn vochtinname. De combinatie van natvoer plus een fontein is voor risicokatten, katers met een geschiedenis van blaasgruis en oudere katten met nierwaarden, het verstandigste dat je thuis kunt doen.

    Hoe weet je of het werkt

    Een gezonde kat plast ongeveer twee tot vier keer per dag. Als je met klontvormende vulling werkt, zie je dat aan het aantal en de grootte van de klonten. Wordt dat er duidelijk meer op, dan drinkt hij meer. Wordt het plots veel meer zonder dat je iets veranderd hebt, ga dan naar de dierenarts, want overmatig drinken is een van de eerste signalen van nierziekte en suikerziekte.

    Drinkfonteinen en voerbakken vind je bij Max & Willow Petshop onder voer- en drinkbakken voor de kat.

  • Zelfreinigende kattenbak: voor wie is het de moeite waard?

    Zelfreinigende kattenbak: voor wie is het de moeite waard?

    Een zelfreinigende kattenbak kost snel drie tot zes keer zoveel als een gewone bak. Dat is veel geld voor iets wat je zelf met een schepje in twee minuten doet. Toch zijn er situaties waarin het een van de betere aankopen is die je voor je kat kunt doen. Hier is de eerlijke afweging.

    Hoe ze werken

    Er zijn ruwweg twee systemen.

    Het harkmechanisme. Enkele minuten nadat de kat de bak verlaat, gaat er een kam door de vulling die de klontjes naar een afgesloten lade schuift. Dit is het systeem van de meeste modellen, waaronder de ScoopFree kattenbakken.

    De draaitrommel. De hele bak draait om zijn as, waarbij de vulling gezeefd wordt en de klontjes in een opvangbak vallen. Dit werkt grondiger en stiller, en het is het systeem van modellen als de ScoopFree SmartSpin en de Petlux V3.

    Bij beide systemen leeg je zelf de opvanglade, meestal om de drie tot zeven dagen bij één kat.

    Voor wie het echt de moeite is

    • Wie vaak niet thuis is. Een kat die twee dagen alleen is met een gewone bak, zit op dag twee in zijn eigen vuil. Met een automatische bak niet.
    • Meerkattenhuishoudens. Drie katten vullen een gewone bak sneller dan de meeste mensen willen scheppen.
    • Mensen die zwanger zijn. Toxoplasmose komt uit kattenontlasting. Een systeem waarbij je alleen een afgesloten lade leegt, verkleint het contact aanzienlijk.
    • Wie lichamelijk moeilijk kan bukken. Dit wordt zelden genoemd, maar het is voor veel oudere kattenbazen de doorslaggevende reden.
    • Wie de geur niet weg krijgt. Klontjes die binnen tien minuten in een afgesloten lade verdwijnen, ruiken niet.

    Wanneer je het beter niet doet

    • Bij een kat die al onzindelijk is. Los eerst de oorzaak op. Een nieuwe, bewegende bak maakt de stress in het begin groter, niet kleiner. Lees eerst waarom je kat naast de bak plast.
    • Bij zeer schrikachtige katten. Sommige katten wennen nooit aan het geluid van het mechanisme.
    • Bij kittens onder de zes maanden en bij katten die op de vulling kauwen. De meeste fabrikanten raden het zelf af.
    • Als je het als excuus gebruikt om niet meer te kijken. De kattenbak is je vroegste waarschuwingssysteem voor blaasproblemen, diabetes en nierziekte. Je moet blijven zien hoe vaak en hoeveel je kat plast. Modellen met een app die het aantal bezoeken bijhoudt, doen dat werk voor je, en dat is een groter voordeel dan het scheppen zelf.

    Waar je op let bij het kiezen

    1. Vulling. Sommige modellen werken alleen met klontvormende korrels, andere alleen met kristalvulling in een cassette van het merk. Die cassettes bepalen je jaarlijkse kost, dus reken die vooraf uit.
    2. Grootte van de kamer. Ook een automatische bak moet groot genoeg zijn: anderhalf keer de lengte van je kat. Grote katten passen niet in elk model.
    3. Veiligheidssensor. Verplicht. Het mechanisme moet stoppen zodra er gewicht in de bak komt.
    4. Demonteerbaar en afspoelbaar. Vroeg of laat moet het geheel echt schoongemaakt worden.
    5. Geluid en stroomvoorziening. Hij moet aan het stopcontact, en dus niet in het meest afgelegen hoekje van het huis staan.

    Zo went je kat eraan

    Ga niet abrupt over. Zet de nieuwe bak twee weken lang naast de oude, met het mechanisme uit, en gebruik in het begin de vulling die je kat gewend is. Als hij de nieuwe bak spontaan gebruikt, zet je het mechanisme aan, eerst met een lange vertraging. Pas als dat goed gaat, haal je de oude bak weg. En volgens de regel van één bak per kat plus één extra houd je sowieso nog een gewone bak in huis.

    Reken het gewoon even uit

    Zet naast de aankoopprijs de kost van de vulling per jaar. Een automaat die per maand een dure cassette vraagt, kan over drie jaar duurder uitvallen dan het apparaat zelf. Een model dat gewone klontvormende korrels gebruikt, is op termijn meestal goedkoper.

    Het volledige aanbod kattenbakken en vullingen staat bij Max & Willow Petshop, van eenvoudige open bakken tot volautomatische modellen.

  • Kat plast naast de kattenbak: de acht oorzaken, op volgorde

    Kat plast naast de kattenbak: de acht oorzaken, op volgorde

    Een kat die naast de bak plast, doet dat nooit uit wraak. Dat is de eerste en belangrijkste vaststelling, want zolang je denkt dat het pesterij is, ga je de echte oorzaak niet zoeken. Onzindelijkheid is een signaal, en meestal is het op te lossen. Wel in deze volgorde.

    1. Ga eerst naar de dierenarts

    Dit is geen beleefdheidszin. Ongeveer de helft van de gevallen heeft een medische oorzaak: een blaasontsteking, blaasgruis, kristallen, nierproblemen, suikerziekte of artrose waardoor de rand van de bak te hoog is geworden.

    Ga met spoed, dus dezelfde dag, als je kat:

    • vaak in de bak zit zonder dat er iets komt
    • miauwt of jankt tijdens het plassen
    • bloed in de urine heeft
    • veel aan zijn geslachtsdeel likt

    Bij een kater is dit een noodgeval. Een verstopte plasbuis is binnen twee dagen dodelijk. Wacht daar niet mee tot maandag.

    2. De bak is niet schoon genoeg naar kattenmaat

    Wat voor jou schoon is, is dat voor een kat vaak niet. Schep minstens één keer per dag, liefst twee keer, en ververs de volledige vulling volgens het type. Meer daarover in ons artikel over hoe vaak je de kattenbak moet verschonen.

    Gebruik voor het schoonmaken geen schoonmaakmiddel met een sterke geur, en zeker geen product op basis van ammoniak. Ammoniak ruikt voor een kat naar urine, dus je bevestigt precies wat je wil afleren.

    3. Er zijn te weinig bakken

    De vuistregel uit de gedragsgeneeskunde is: één bak per kat, plus één extra. Twee katten betekent drie bakken, en niet drie bakken naast elkaar in dezelfde hoek, want dat telt voor een kat als één plek. Verspreid ze over het huis, en zorg dat een kat er altijd één kan bereiken zonder een andere kat te moeten passeren.

    4. De bak staat op de verkeerde plek

    Katten willen plassen op een plek waar ze niet verrast kunnen worden en waar ze uitzicht hebben. Fout gaat het bij:

    • een bak naast de wasmachine of de verwarmingsketel, die plots geluid maakt
    • een bak in een doorgang of naast de kattenluik
    • een bak vlak naast de voer- en drinkbak, want katten doen hun behoefte niet waar ze eten
    • een bak in een kamer waar de deur soms dicht is

    5. De vulling bevalt niet

    Katten hebben uitgesproken voorkeuren, en die kunnen veranderen. De meeste katten kiezen fijne, zachte, ongeparfumeerde klontvormende korrels. Ben je onlangs van merk veranderd? Dan is dat vaak de dader. Zet in dat geval twee bakken naast elkaar met verschillende vulling en kijk gewoon wat hij kiest. Klassiekers die het bij veel katten goed doen zijn Cat’s Best Oko Plus en Catsan Hygiëne Plus.

    Let ook op de hoeveelheid: een laagje van acht tot tien centimeter, zodat je kat echt kan graven.

    6. De bak zelf klopt niet

    • Te klein. De bak moet anderhalf keer de lengte van je kat zijn, van neus tot staartaanzet.
    • Overkapping en klepje. Wij vinden dat netjes, veel katten vinden het benauwd en het houdt de geur binnen. Haal het deksel er eens een week af als test.
    • Te hoge instap bij een oude kat of een kitten. Er bestaan modellen met een lage instap, en anders zaag je een opening in een gewone opbergbox.

    Een ruime open bak met een lage instapzijde, zoals de District 70 FUSE, lost dit punt vaak in één keer op.

    7. Stress en veranderingen

    Verhuizing, een nieuwe baby, een nieuwe kat in de straat die door het raam kijkt, verbouwing, een baasje dat plots anders werkt. Katten reageren daarop met plassen op verhoogde of zachte plekken: de bank, het bed, de wasmand. Dat laatste is typisch: het ruikt naar jou, en dat stelt hen gerust.

    Wat helpt: vaste routines, meer verticale ruimte en schuilplekken, spelen op vaste tijden, en tijdelijk een verdamper met kattenferomonen.

    8. Markeren in plaats van plassen

    Sproeien is iets anders dan plassen. Bij markeren staat de kat rechtop, trilt de staart en komt er een klein beetje urine op een verticaal vlak. Bij plassen zit hij gehurkt en komt er een plas op de grond. Markeren is bijna altijd territoriaal, en zien of ruiken van katten buiten is de meest voorkomende trigger. Onderbreek het zicht op die katten en het gedrag zakt vaak binnen weken weg.

    Hoe je de plek schoonmaakt

    Dit bepaalt of het terugkomt. Gebruik een enzymatische reiniger die speciaal voor urine gemaakt is. Gewone allesreiniger haalt de geur voor jou weg maar niet voor je kat, en hij plast opnieuw op dezelfde plek. Dep eerst zoveel mogelijk op, laat de reiniger inwerken volgens de verpakking en laat het aan de lucht drogen.

    En straf nooit achteraf. Je kat legt de link niet tussen de plas van een uur geleden en jouw boze stem, hij leert alleen dat jij onvoorspelbaar bent. Daarmee wordt de stress groter, en dus ook het probleem.

    Kattenbakken, vullingen en reinigers staan samen bij kattenbakken en vullingen van Max & Willow Petshop.

  • Krabpaal kiezen: waarom hoogte en stabiliteit belangrijker zijn dan de prijs

    Krabpaal kiezen: waarom hoogte en stabiliteit belangrijker zijn dan de prijs

    Bijna elke kattenbaas heeft het meegemaakt: er staat een gloednieuwe krabpaal in de kamer, en de kat krabt vrolijk verder aan de zetel. Dat ligt zelden aan de kat. Meestal klopt er iets niet aan de paal, of aan de plek waar hij staat.

    Waarom katten krabben

    Krabben is geen ondeugd maar drie dingen tegelijk:

    • Nagelonderhoud. Bij het krabben komt de buitenste, versleten nagelschil los.
    • Strekken. Een kat zet zijn nagels vast en trekt zijn hele rug, schouders en poten uit. Het is de kattenversie van je uitrekken na het slapen.
    • Markeren. In de kussentjes van de voorpoten zitten geurklieren. Een krabplek is een zichtbaar en ruikbaar bericht aan andere katten.

    Die tweede reden verklaart meteen de belangrijkste eis aan een krabpaal.

    Hoogte: de fout die het vaakst gemaakt wordt

    Je kat moet zich aan de paal volledig kunnen uitstrekken, met de voorpoten boven het hoofd. Voor een gemiddelde volwassen kat betekent dat een onafgebroken krabvlak van minstens zestig centimeter, en liever tachtig. Let op: niet de totale hoogte van het meubel telt, maar de lengte van het stuk sisal waar hij aan kan trekken. Veel goedkope torens zijn een meter hoog, maar bestaan uit drie korte stukken paal met plateaus ertussen. Daar kan een kat zich niet aan strekken.

    Wil je zeker zitten, kies dan een model met één lange stam, zoals de Trixie Krabpaal RUE XXL of de Trixie Krabpaal Altea.

    Stabiliteit: de tweede fout

    Een paal die wiebelt als de kat zijn gewicht erin hangt, wordt na twee keer niet meer gebruikt. Katten voelen dat feilloos aan. Let op een brede, zware voetplaat, en zet een hoge paal bij voorkeur in een hoek of tegen een muur. Sommige modellen kun je aan de muur bevestigen, en dat is bij een kat van vijf kilo of meer geen overbodige luxe.

    Een compact, laag model met veel massa zoals de District 70 UNFOLD of de District 70 OASIS is voor veel huiskamers een goede tussenweg: stevig, en het staat niet in de weg.

    Sisal, karton of tapijt

    • Sisaltouw is het populairst en gaat het langst mee. Zorg dat het strak gewikkeld zit.
    • Karton vinden veel katten heerlijk, maar het is rommelig en slijt snel. Prima als tweede krabplek, en goedkoop om uit te proberen wat je kat verkiest.
    • Tapijt raad ik af op de paal. Je leert je kat daarmee dat tapijt krabmateriaal is, en dan gaat hij ook aan je vloerkleed en je trap.

    Verticaal of horizontaal

    Kijk naar wat je kat nu kapot maakt. Krabt hij aan de zijkant van de zetel, dan is hij een verticale krabber. Krabt hij aan het tapijt of de deurmat, dan is hij horizontaal. Er bestaan platte krabplanken en krabtonnen voor die tweede groep, zoals de Trixie Krabton Leo. Veel katten doen allebei, en dan is één van elk de beste investering.

    De plek bepaalt alles

    Zet de krabpaal niet in de logeerkamer. Katten krabben op de plekken die er voor hen toe doen:

    1. Naast de slaapplek. De eerste krabbeurt van de dag komt meteen na het ontwaken.
    2. Bij de doorgang naar de rest van het huis. Dat is de plek waar gemarkeerd wordt.
    3. Vlak naast de plek die hij nu stukmaakt. Letterlijk ernaast, niet in een andere hoek van de kamer. Als hij de nieuwe paal gebruikt, schuif je hem in de loop van weken centimeter per centimeter naar waar je hem wil hebben.

    Zo laat je hem er echt aan krabben

    • Wrijf er kattenkruid of valeriaan over, of hang er een speeltje aan zodat de eerste nagel er per ongeluk in gaat.
    • Beloon meteen als hij eraan krabt, met een snoepje of met stem.
    • Til je kat nooit op en zet hem er niet met zijn pootjes tegenaan. Dat werkt averechts.
    • Maak de oude krabplek tijdelijk onaantrekkelijk met dubbelzijdige tape of een stuk aluminiumfolie. Katten haten de textuur.

    Hoeveel krabpalen heb je nodig

    Voor één kat: minstens twee krabplekken, waarvan één hoge. Voor meerdere katten: reken op één per kat plus één extra, en zet ze niet naast elkaar maar verspreid over het huis. Katten die elkaars krabplek moeten delen, wijken uit naar de zetel.

    Het volledige aanbod krabpalen en krabdozen staat bij Max & Willow Petshop met de hoogte per model erbij. Wil je weten waar je kat het liefst slaapt, lees dan ook ons artikel over de juiste slaapplek voor je kat.

  • Je hond zelf trimmen: welke borstel, welke tondeuse en waar je vanaf blijft

    Je hond zelf trimmen: welke borstel, welke tondeuse en waar je vanaf blijft

    Een trimbeurt kost al snel vijftig tot tachtig euro, en bij een hond die om de acht weken moet, loopt dat op tot enkele honderden euro’s per jaar. Veel daarvan kun je zelf doen, op voorwaarde dat je weet welk gereedschap bij jouw hond hoort. Met het verkeerde materiaal maak je een vacht sneller kapot dan je hem verzorgt.

    Eerst je vachttype bepalen

    Alles begint hier, want het bepaalt of je mag scheren of net absoluut niet.

    Dubbele vacht met ondervacht (border collie, husky, herder, golden retriever, berner sennen). Deze honden verharen twee keer per jaar massaal. Je haalt de losse ondervacht eruit, je scheert de bovenvacht niet. Doe je dat toch, dan groeit de beschermende bovenlaag vaak ongelijk of niet meer terug, en verliest je hond zijn isolatie tegen zowel kou als zon.

    Krullende vacht die blijft groeien (poedel, labradoodle, bichon, veel doodles). Deze honden verharen nauwelijks, maar hun vacht groeit door en klit. Zij moeten wel geknipt of geschoren worden, om de zes tot tien weken.

    Ruwe of draadharige vacht (terriers, draadhaargriffon, schnauzer). Deze vacht hoort geplukt te worden, niet geschoren. Scheren maakt de haren zacht en dof, en dat is onomkeerbaar tot de volgende volledige vachtwissel.

    Korte gladde vacht (bulldog, staffordshire, beagle). Wekelijks een rubberen borstel en verder niets.

    Het gereedschap dat je echt nodig hebt

    • Een hondenkam met lange metalen tanden. Het belangrijkste stuk gereedschap, en het goedkoopste. Hiermee controleer je of je klaar bent: kun je de kam er in één beweging doorheen halen tot op de huid, dan is er geen klit meer.
    • Een slickerborstel voor krullende en halflange vachten.
    • Een ondervachtkam of deshedder voor honden met een ondervacht. Gebruik hem in de verharingsperiode, en niet elke dag, anders trek je gezonde haren mee.
    • Een tondeuse met verstelbare opzetkammen voor de honden die geschoren mogen worden. Een complete set zoals de AFP Pro Pet Grooming Kit of de Excellent Pet Clipper Plus bevat meteen de opzetkammen en een schaar met ronde punt.

    Koop geen mensentondeuse. Die zijn niet gemaakt voor de dikte van hondenhaar, ze lopen warm en trekken.

    De volgorde die het verschil maakt

    1. Borstel eerst helemaal uit, op de droge hond. Klitten die nat worden, trekken samen tot vilt en zijn daarna alleen nog weg te knippen.
    2. Was daarna pas, met hondenshampoo. Mensenshampoo heeft een verkeerde zuurgraad en droogt de huid uit.
    3. Droog volledig, tot op de huid. Een vochtige ondervacht geeft binnen dagen huidirritatie en een muffe geur.
    4. Knip of scheer als laatste, op een droge, uitgeborstelde vacht. Een tondeuse in een klit blijft haken en trekt.

    Waar je vanaf blijft

    • Snorharen. Die zijn een zintuig, geen decoratie.
    • De ooghoeken en de binnenkant van de oren met een schaar. Gebruik daar alleen een schaar met ronde punt, en houd je vingers tussen de schaar en de huid.
    • De nagels tot in het leven. Knip alleen het witte, doorzichtige puntje. Zie je een roze streepje, stop dan. Bij zwarte nagels knip je in kleine stapjes tot je een grijs, vochtig cirkeltje ziet.
    • Anaalklieren. Laat dat aan de dierenarts.

    Hoe je hond het leuker vindt

    Bouw het op in korte sessies van vijf minuten in plaats van één sessie van een uur. Werk op een hoge, stroeve ondergrond, want op de grond heeft een hond veel meer ruimte om weg te lopen. Geef tussendoor een snack, en stop op een moment dat het goed gaat, niet wanneer je hond het al benauwd krijgt. Een hond die twee keer een nare trimbeurt heeft gehad, onthoudt dat jarenlang.

    Wanneer je het toch beter uitbesteedt

    Bij een volledig vervilte vacht, bij een hond die agressief of panisch reageert, en bij rassen waar de vachtstructuur ertoe doet voor de gezondheid. Een trimmer heeft daar de tafel, de blower en de routine voor. Ga dan zelf voor het onderhoud tussendoor, dat scheelt al gauw een beurt of twee per jaar.

    Borstels, kammen, tondeuses en shampoo staan samen in de categorie verzorging van Max & Willow Petshop.

  • Heeft mijn hond een jas nodig? De eerlijke antwoorden

    Heeft mijn hond een jas nodig? De eerlijke antwoorden

    Zodra het kwik zakt komt de discussie terug. De ene helft van het hondenpark vindt een jas onzin voor een dier met een vacht, de andere helft heeft er al drie hangen. Allebei hebben ze een beetje gelijk, want het antwoord hangt volledig af van welke hond er aan de riem loopt.

    Wanneer een jas echt nuttig is

    Voor deze honden is een jas geen accessoire maar comfort of zelfs gezondheid:

    • Honden met een korte, gladde vacht zonder ondervacht. Denk aan de whippet, de dobermann, de vizsla, de Franse bulldog en de staffordshire. Zij hebben letterlijk geen isolatielaag.
    • Kleine honden. Hoe kleiner het dier, hoe groter zijn huidoppervlak in verhouding tot zijn lichaam, en hoe sneller hij warmte verliest. Een chihuahua koelt vele malen sneller af dan een herder.
    • Oudere honden en honden met artrose. Kou maakt stijve gewrichten stijver. Veel baasjes van oude honden zien het verschil in de eerste week.
    • Honden die net geschoren zijn of die na een operatie minder bewegen tijdens de wandeling.
    • Pups en zieke honden, die hun temperatuur minder goed reguleren.

    Wanneer je het beter laat

    Een husky, een berner sennen, een golden retriever of een border collie in volle wintervacht heeft geen jas nodig, en heeft er soms zelfs last van. Hun dubbele vacht werkt met een luchtlaag die door een strak zittende jas wordt platgedrukt, waardoor de isolatie net minder wordt. Bij die honden is een jas alleen zinvol als hij lang stil moet staan in de gietende regen.

    Hoe merk je dat je hond het koud heeft

    Wacht niet op het rillen, dat is al laat. Kijk naar:

    • een kromme rug en een ingetrokken staart tijdens het wandelen
    • poten die hij optilt of afwisselend van de grond houdt
    • een hond die aan de riem trekt richting huis of niet wil gaan zitten
    • traagheid en veel meer plassen dan normaal na een koude wandeling

    Als vuistregel geldt: onder de zeven graden voelen kortharige en kleine honden het, onder het vriespunt voelt bijna elke hond het bij stilstaan.

    Regenjas of winterjas, dat is niet hetzelfde

    Een regenjas is dun, waterdicht en bedoeld om je hond droog te houden. Meestal zonder voering, en dus niet warm. Handig voor honden die na de wandeling niet nat op de bank mogen.

    Een winterjas is gevoerd en houdt warmte vast. Een goed model als de Trixie Hondenjas Explore Thermo doet allebei: waterafstotend van buiten en warm van binnen.

    Voor wandelingen in het donker is een reflecterende jas de moeite waard. Een model als de Trixie Hondenjas Limoux maakt je hond van veertig meter zichtbaar in koplampen, en dat is precies de afstand die een automobilist nodig heeft.

    Zo meet je de juiste maat

    Maten in centimeters zeggen meer dan S, M of L. Meet drie dingen, met je hond rechtop staand:

    1. Ruglengte, van de basis van de nek tot de aanzet van de staart. Dit getal is leidend en staat meestal in de productnaam.
    2. Borstomvang, op het breedste punt vlak achter de voorpoten.
    3. Halsomvang, waar de halsband normaal ligt.

    Zit je tussen twee maten? Neem dan de grotere bij een hond met een brede borstkas, en de kleinere bij een slanke hond zoals een windhond. Belangrijker dan de maat is de pasvorm: de jas mag niet over de schouders schuiven bij het lopen, en de buik moet vrij blijven zodat je reu niet op zijn eigen jas plast. Een model met een uitsparing zoals de Trixie Hondenjas Calvi is daarop gemaakt.

    Wennen aan de jas

    Sommige honden bevriezen letterlijk als de jas voor het eerst omgaat. Doe dit dan rustig:

    • Leg de jas een dag op zijn mand zodat hij vertrouwd ruikt.
    • Doe hem in huis om, en haal hem er na tien seconden weer af, met een snoepje.
    • Doe hem daarna om vlak voordat de deur opengaat voor de wandeling. Wandelen is de beloning.

    Binnen een paar dagen loopt bijna elke hond ermee alsof het er altijd al was.

    Nog dit

    Trek de jas uit zodra je binnen bent. Een hond die de hele avond met een gevoerde jas in de woonkamer ligt, wordt oververhit, en dan is de jas ineens het probleem in plaats van de oplossing.

    Het aanbod hondenkledij van Max & Willow Petshop staat op ruglengte gesorteerd, wat het meten makkelijk maakt. Wandel je vaak in het donker, kijk dan ook naar ons artikel over veilig met de hond in de auto voor de rit ernaartoe.

  • Hond vervoeren in de auto: bench, scheidingsrek of gordel

    Hond vervoeren in de auto: bench, scheidingsrek of gordel

    Bijna iedereen kent het beeld: de hond met zijn kop uit het raam op de achterbank. Het ziet er vrolijk uit, en het is een van de gevaarlijkste manieren om een dier te vervoeren. Niet omdat er zo vaak iets gebeurt, maar om wat er gebeurt als het misgaat.

    Waarom los vervoeren geen optie is

    Bij een noodstop of aanrijding vliegt alles wat niet vastzit door de auto met een kracht van ongeveer twintig keer het eigen gewicht. Een hond van twintig kilo komt dan met de kracht van vier tot vijf honderd kilo tegen de rugleuning voor hem, of tegen de bestuurder. De hond overleeft dat zelden, en de inzittenden lopen zwaar risico.

    Daar komt een tweede reden bij die veel vaker speelt dan een ongeval: een hond die rondloopt in de auto leidt af, en na een lichte aanrijding springt een geschrokken hond door een geopende deur de weg op.

    Wat zegt de wet

    In Nederland en België staat nergens letterlijk dat je hond in een bench moet. Wat er wel staat, komt op hetzelfde neer: je moet je voertuig altijd volledig kunnen besturen en je lading, en een dier telt als lading, mag je daarbij niet hinderen. Een agent die een loslopende hond op de achterbank ziet, kan daarvoor beboeten. Bij een ongeval kan een verzekeraar bovendien vragen stellen over hoe het dier vervoerd werd.

    De drie manieren, met hun sterke en zwakke kant

    Een bench of transportbox in de kofferbak

    Dit is de veiligste optie, en met afstand. Een stevige box vangt de klap op en houdt je hond op zijn plaats. Voor kleine honden en katten werkt een gesloten transportbox zoals de Trixie Transportbox Skudo, voor grotere honden een bench die past in de kofferbak.

    Nadeel: je hebt de ruimte nodig, en de box moet echt vastzitten of ingeklemd staan. Een losse box die door de kofferbak schuift is zelf een projectiel.

    Een scheidingsrek

    Een rek tussen de achterbank en de kofferbak, of tussen de voorstoelen en de achterbank, houdt je hond achterin zonder dat hij opgesloten zit. Een oplossing als de Kurgo Backseat Barrier is snel te plaatsen en past in de meeste auto’s.

    Voordeel: comfortabel, en je hond kan liggen zoals hij wil. Nadeel: bij een frontale botsing wordt de hond wel tegengehouden, maar niet gefixeerd. Het is veiliger dan niets, maar minder veilig dan een box.

    Een veiligheidsgordel met tuig

    Een korte riem die je klikt in de gordelsluiting, altijd in combinatie met een stevig tuig, nooit aan een halsband. Aan een halsband breekt bij een klap de nek.

    Voordeel: neemt geen plaats in en werkt in elke auto. Nadeel: de kwaliteitsverschillen zijn enorm en veel goedkope sets zijn niet getest op belasting. Voor korte ritten prima, voor de vakantierit naar Frankrijk zou ik voor een box gaan.

    De praktische dingen die niemand vertelt

    • Bescherm je achterbank of kofferbak. Haar, zand en nagels slopen bekleding sneller dan je denkt. Een autobeschermdeken met opstaande zijkanten scheelt bij het doorverkopen van je auto meer dan hij kost.
    • Rijd nooit met een raam ver open naast je hond. Oogletsel door opspattend grind en oorontsteking door de tocht zijn allebei klassiekers.
    • Laat je hond nooit alleen achter in de auto bij zon. Ook niet met een raam op een kier, ook niet vijf minuten. Bij twintig graden buiten loopt het binnen in tien minuten al richting vijfendertig.

    Wagenziek: bijna altijd op te lossen

    Kwijlen, janken en braken op de eerste kilometers is meestal geen maagprobleem maar stress, vaak omdat de auto in het hoofd van je hond alleen naar de dierenarts leidt. Wat helpt:

    1. Rijd een week lang elke dag drie minuten, en eindig ergens leuk. Een bos, een veld, een plek waar hij mag rennen.
    2. Laat je hond vier uur voor de rit niet meer eten.
    3. Zet hem in de rijrichting, laag, met weinig zicht op voorbijschietende bomen. In een gesloten box zijn honden vaak minder misselijk dan op een verhoogde stoel.
    4. Blijft het aanhouden, vraag dan aan je dierenarts naar medicatie tegen reisziekte. Die bestaat en werkt goed.

    Wie in de auto begint, doet er goed aan het thuis al te oefenen. Hoe je een hond aan zijn bench went, lees je in ons artikel over de bench als eigen kamer.

    Transportboxen, scheidingsrekken en autodekens staan bij Max & Willow Petshop samen in de categorie reizen en transport.

  • Bench voor je hond: welke maat en hoe wen je hem eraan

    Bench voor je hond: welke maat en hoe wen je hem eraan

    Weinig hondenspullen roepen zoveel weerstand op als de bench. Traliewerk, een deur die dichtgaat, het ziet er ongemakkelijk uit. Toch kiezen bijna alle hondenscholen, dierenartsen en fokkers ervoor. Het verschil zit niet in het ding zelf, maar in hoe je het gebruikt. Een goed opgebouwde bench is voor je hond wat een eigen slaapkamer voor jou is: een plek waar niemand aan hem zit.

    Waarom een bench werkt

    • Rust op afroep. Honden slapen veel, maar veel honden durven pas echt te slapen als ze weten dat er niets van hen verwacht wordt. Een afgesloten plek geeft dat signaal.
    • Zindelijkheid. Een pup houdt zijn nest schoon. Een bench op de juiste maat versnelt de zindelijkheidstraining aanzienlijk.
    • Veiligheid. Tijdens een verhuis, bij bezoek van kleine kinderen, of na een operatie is een bench de veiligste plek in huis.
    • Herstel. Moet je hond na een ingreep een paar weken rustig aan doen, dan is een hond die de bench al kent enorm in het voordeel. Dat is het slechtste moment om er nog aan te beginnen.

    De juiste maat

    De regel is simpel, en hij wordt vaak fout toegepast. In de bench moet je hond:

    1. Rechtop kunnen staan zonder zijn kop te buigen.
    2. Zich kunnen omdraaien zonder zich te wringen.
    3. Languit op zijn zij kunnen liggen.

    Meer ruimte dan dat is geen luxe maar een nadeel, zeker bij een pup. In een te grote bench wordt één hoek slaapplek en de andere toilet. Koop je een bench voor een pup van een groot ras, neem dan meteen de volwassen maat met een verkleiningsschot erin. Een model als de Pawise Wire Dog Crate is daarom in meerdere maten te krijgen.

    In twee weken wennen, stap voor stap

    Ga niet sneller dan je hond aankan. De volgorde is belangrijker dan het tempo.

    1. Dag 1 en 2. Zet de bench open in de kamer, deur vastgezet zodat hij niet kan dichtvallen. Gooi er zonder er iets van te zeggen af en toe een snoepje in. Verder niets.
    2. Dag 3 en 4. Geef de maaltijden in de bench, met de deur open. Je hond leert: hier gebeuren goede dingen.
    3. Dag 5 en 6. Sluit de deur tijdens het eten en doe hem meteen na de laatste hap weer open. Bouw op tot een minuut of twee.
    4. Dag 7 tot 10. Geef een kauwsnack of gevulde kong in de bench, deur dicht, en blijf in de kamer. Doe alsof je iets anders doet. Laat hem eruit als hij rustig is, nooit op het moment dat hij jankt, anders leert hij dat janken werkt.
    5. Dag 11 tot 14. Verlaat kort de kamer terwijl hij in de bench ligt. Eerst dertig seconden, dan vijf minuten, dan een kwartier.

    Gaat het ergens mis, ga dan een stap terug in plaats van door te duwen. Een hond die in paniek raakt in de bench, onthoudt de paniek en niet de oefening.

    Wat er in de bench hoort

    • Een vlakke mat of benchmat in plaats van een dikke mand met randen. Een benchmat neemt geen ruimte weg en is makkelijk te wassen.
    • Een deken over de bovenkant en drie zijden. Dat maakt er een hol van in plaats van een uitkijkpost. Bij veel honden is dit het detail dat het verschil maakt. Er bestaan afgewerkte hoezen zoals de District 70 CRATE Cover, maar een oude deken doet het ook.
    • Eén veilig kauwding. Geen speelgoed met piep, geen touw dat kan rafelen als er niemand kijkt.

    Wat er niet in hoort: een waterbak die omvalt, een halsband die kan haken achter het traliewerk, en jij. Kruip er niet bij, ook niet om te troosten.

    Wat je nooit doet

    Gebruik de bench nooit als straf. Eén keer je hond er boos in zetten, en het werk van twee weken is weg. Gebruik hem ook niet als parkeerplaats: overdag is een paar uur het maximum, en een pup van drie maanden houdt het maar twee tot drie uur droog. ’s Nachts is langer geen probleem, want dan slaapt hij toch.

    En daarna

    Veel honden hebben de bench na een jaar of twee niet meer nodig en slapen gewoon in hun mand. Laat de deur dan open staan. Negen op de tien honden blijven er uit zichzelf in liggen, precies omdat het hun eigen plek is geworden. Lees ook hoe je de juiste hondenmand kiest voor de plek naast de bank.

    Benches, benchmatten en hoezen vind je in het assortiment reizen en transport van Max & Willow Petshop.

  • Hondenmand kopen: zo bepaal je de juiste maat, vorm en vulling

    Hondenmand kopen: zo bepaal je de juiste maat, vorm en vulling

    Een hond slaapt tussen de twaalf en achttien uur per dag. Zijn mand is dus het meubel dat in jouw huis het intensiefst gebruikt wordt, intensiever dan je eigen zetel. Toch wordt hij meestal gekozen op wat mooi staat in de kamer, en pas daarna op wat de hond nodig heeft. Met een paar minuten meten en nadenken koop je een mand die jaren meegaat in plaats van eentje die na drie maanden op zolder belandt.

    Meet eerst je hond, kies dan pas

    Maten van fabrikanten zijn geen standaard. Een medium van het ene merk is een large van het andere. Meet daarom zelf, met de hond languit op de grond:

    • Meet van de neus tot de aanzet van de staart.
    • Tel daar vijftien tot twintig centimeter bij op.
    • Dat getal is de minimale binnenmaat van de mand, niet de buitenmaat.

    Let op dat verschil tussen binnenmaat en buitenmaat. Bij een mand met een dikke opstaande rand kan de buitenmaat twintig centimeter groter zijn dan de ruimte waar je hond echt in ligt. Staat er alleen een buitenmaat in de beschrijving, trek er dan gerust een handbreedte af.

    Kijk hoe je hond slaapt

    Er zijn ruwweg twee types slapers, en ze hebben een verschillende mand nodig.

    De opgerolde slaper ligt in een bolletje, met zijn rug of kop tegen iets aan. Die hond zoekt steun en geborgenheid. Voor hem werkt een mand met een stevige, opstaande rand het best, of een kuipmodel waar hij helemaal in wegzakt.

    De uitgestrekte slaper ligt op zijn zij of op zijn rug met de poten in de lucht. Een rand is voor hem alleen maar in de weg. Die hond heeft meer aan een vlakke matras of een groot kussen, zoals de Let’s Sleep Plush Pillow.

    De meeste honden doen allebei, afhankelijk van de temperatuur. Bij twijfel kies je een model met een lage rand aan een van de zijden, zodat je hond zijn kop kan laten hangen maar er ook overheen kan liggen.

    Vulling: waar het verschil echt zit

    De buitenkant bepaalt hoe de mand eruitziet, de vulling bepaalt hoe lang hij meegaat.

    • Losse schuimvlokken zijn goedkoop en lekker zacht, maar ze klitten samen. Na een half jaar ligt je hond in een kuil. Prima voor een tweede mand, minder voor de hoofdslaapplek.
    • Polyestervezel blijft langer luchtig en is meestal machinewasbaar. Een goede middenweg.
    • Traagschuim of een stevige schuimkern veert niet weg onder gewicht en verdeelt de druk. Dit is wat je wil voor een zware hond, een oudere hond, of een hond met artrose of heupklachten. Een matrasmodel zoals de Scruffs Alpine Box Bed valt in deze categorie.

    Kijk ook altijd of de hoes eraf kan. Een mand die je niet kunt wassen, ruikt binnen een jaar zoals hij ruikt, en dan koop je een nieuwe. Bij een District 70 FUZZ of een Trixie Hondenmand Elli is dat mee ingecalculeerd.

    Waar zet je de mand neer

    Honden kiezen hun slaapplek niet op comfort alleen, maar op overzicht en veiligheid. Drie vuistregels:

    1. Zet de mand in de kamer waar het gezin zit, niet in een lege gang. Een hond die alleen ligt, ligt op wacht.
    2. Zet hem met de rug naar een muur en met zicht op de deuropening. Dan hoeft je hond niet twee kanten in de gaten te houden.
    3. Niet vlak naast de radiator en niet in de tocht. Een hond koelt af via zijn buik en poten, en een oververhitte mand wordt gewoon niet gebruikt.

    Merk je dat je hond de mand negeert en altijd op de koele tegels ligt? Dan is de mand vaak te warm gevuld, niet verkeerd geplaatst.

    Eén mand is er meestal één te weinig

    De meeste honden slapen op twee tot drie vaste plekken: bij het gezin overdag, en op een rustige plek voor de diepe slaap. Twee eenvoudige manden werken beter dan één dure die op de verkeerde plaats staat. Slaapt je hond ook in een bench, dan hoort daar een aparte, vlakke mat in. Lees daarover meer in ons artikel over de bench als eigen kamer voor je hond.

    Onderhoud in drie regels

    • Was de hoes op dertig graden, zonder wasverzachter. Verzachter laat een geur achter die veel honden vermijden.
    • Klop of stofzuig de mand wekelijks. Haar en zand slijten de vezels van binnenuit.
    • Draai de vulling of het kussen om de paar weken om, net zoals je met een matras doet.

    Waar je op moet letten bij het bestellen

    Koop niet groter dan nodig omdat je hond nog moet groeien. Een puppy die in een te grote mand ligt, gebruikt een hoek als slaapplek en de rest als toilet of speelplek. Koop voor nu, en koop opnieuw als hij volgroeid is. Bij een pup van een groot ras is een goedkope tussenmand vaak de verstandigste aankoop.

    Het volledige aanbod aan hondenmanden en matten vind je bij Max & Willow Petshop, met maten en binnenafmetingen per model.